|
Arnoud Van Gilst was schilder en tekenaar
van landschappen, boerderijen, bossages, etc. Hij was leerling
van de Academie v. B.K. te Den Haag, waar hij eerst begon
als beeldhouwer. Na 1923 is hij gaan schilderen. Arnoud
Van Gilst woonde en werkte tot 1937 in Den Haag
en daarna in Haarlem.
Van Gilst schilderde in een naturalistische-impressionistische
stijl.
Hij signeerde zijn werk ook vaak onder de meisjesnaam van
zijn moeder A. Jonstra.
Arnoud van Gilst legde zich vooral toe
op Hollandse landschappen, stads-en duingezichten, zeeën
en paarden. Onder de naam A. Jonstra schilderde
hij zeilende schepen op de Friese meren. Van Gilst schilderde
in een naturalistische-impressionistische stijl. Veel van
zijn werk, vooral de landschappen, doen sterk denken aan
dat van Cor Noltee. Van
Gilst was een echte buitenschilder. Hij wilde perse
geïnspireerd raken door de omgeving en hij toog het
liefst naar een afgelegen plek waar niet elk moment iemand
kon opduiken die over zijn schouders meekeek. Het liefst
nestelde Van Gilst zich aan een slootkant
en schilderde hij de aan de overkant gelegen velden, die
hij eerst goed herkenbaar en gedetailleerd op doek bracht
en later bij de uitwerking weer wat liet vervagen. Hij hield
er een zeer precieze, bijna topografische interpretatie
van het landschap op na, compleet met rietschelven, hooibergen
schuurtjes en stallen. Met zijn wat donzige toets benadert
Van Gilst heel dicht de aparte sfeer die op het land aanwezig
is op windstille dagen, als de lucht gesluierd is.
Mogelijk heeft Arnoud van Gilst geschilderd onder
pseudoniem M Ottee. Hierover zijn geen eensluidende
verklaringen te krijgen. Enkele jaren geleden veilde Christies
Amsterdam een fors werk met voerlieden en werkpaarden op
een kade, gesigneerd M Ottee. In de catalogus werd vermeld
dat het hier mogelijk om een pseudoniem voor Arnoud van
Gilst zou gaan.
Uit het Kunst & Antiek Journaal van juni/juli 2005,
artikel van de heer J.H.F.M. Heerkens Thijssen, Register
Makelaar Taxateur te Haarlem. Antwoord op een lezersvraag
naar aanleiding van de signatuur H. Endlich en het mogelijke
pseudoniem voor een van de schilders uit de Knikker familie.
In de jaren zeventig behoorde de kunstschilder Arnout van
Gilst, uit Bennebroek, tot de regelmatige bezoekers van
onze Kunstzalen in Haarlem. Hij was een gezellige prater
en hij had het vaak over zijn carrière en ervaringen
als kunstschilder. Van Gilst was een wat ijdele man, hij
droeg altijd een zonnebril, een witte pet en handschoenen.
Hij reed in een witte Opel Kapitein. Hij maakte 5 tot 7
schilderijen in de week en hij had drie ezels in zijn atelier
staan. Zo kon hij heel gemakkelijk overstappen van het ene
naar het andere schilderij.
De meeste schilderstukken gingen in die tijd naar
ene Welther in Den Haag. Ze raakten goed bevriend.
Henk Welther speelde de kunstschilder op
zijn Haags, met de baret schuin op het hoofd. Hij had goede
relaties. Eens in de week bracht Van Gilst hem een aantal
schilderijen, waarvoor hij afhankelijk van de maat, vijf
a tien gulden per stuk kreeg. Hij hoefde ze niet te signeren,
dat zou Welther zelf wel doen. Van Gilst ontmoette daar
ook collega schilders die precies het zelfde deden. Landschap,
stilleven, dorpsgezicht, ect. Deze schilder waren
Aris Knikker, Jan
Knikker sr., Jan Knikker
jr., Henk Schallenberg en Cornelis
de Bruin. De schilderijen werden door Welther
vervolgens voorzien van een signatuur zoals; H.
Endlich, Henk Welther of W. Markenstein. Endlich
was de meisjes naam van zijn moeder. Met deze namen, net
als Markenstein, kon hij goed terecht op de Duitse markt.
De stukken met Welther gesigneerd gingen veelal naar Engeland,
, Canada en de Verenigde Staten.
Op deze manier maakten deze schilders een goed inkomen.
|