|
Willem Noordijk werd op 6 mei 1887 te Schiedam
geboren. Op zeer jeugdige leeftijd deed zijn liefde voor
de natuur hem het pallet ter hand nemen, om wat hij onder
zijn bereik meende, uit te beelden. Hierbij bemerkte hij
al snel zijn tekortkomingen bij gebrek aan een goede leiding.
Vervolgens bezocht hij geruime tijd de Academie voor Beeldende
Kunst in Den Haag van 1914 tot 1917, onder leiding van Frits
Jansen. Tussentijds verwierf hij nog de tekenakte
M.O. In die periode kreeg hij ook raadgevingen van Herman
Johannes van der Weele , Frans Pieter ter
Meulen. En van Willem Hamel.
In het voorjaar van 1914 viel hem de Koninklijke Subsidie
voor jeugdige kunstschilders ten deel, die hij tot 1917
behield. In zijn jonge jaren ,maakte hij uitstekende werken
van boerenmensen en figuren, zoals Volendamse en Huizer
vissers.
Geïnspireerd door de natuur besloot hij zich te vestigen
op het platteland tussen Laren en Eemnes. In deze omgeving
schilderde hij zijn mooiste landschappen en poldergezichten.
Vanuit zijn studio had Noordijk het vrije uitzicht over
de vlakke polderweiden tot aan de Eemnesserdijk. Ook schilderde
hij veelvuldig het “duinlandschap” rondom Blaricum
en de bossen bij Okkenbroek. Naast zijn de landschappen
uit zijn directe omgeving schilderde hij ook vee en portretten
(vooral van vissers) .
Hij maakte ook studiereizen naar Spanje, Frankrijk, Engeland
en Italië.
In 1920 had hij een expositie bij Kunsthandel J.J. Biesing
te Den haag, waar hij 53 werken tentoonstelde, waaronder
een zelfportret.
Willem Noordijk schilderde, tekende en
etste in de impressionistische trant. Hij
was lid van de kunstenaarsvereniging “St.
Lucas” te Amsterdam.
Info: Scheen, Benezit
|