Galerie Wijdemeren
's-Graveland
HOME | NIEUWSBRIEF
| Contact
Collectie Schilderijen
Vanwege onze grote
collectie en beperkte expositie-ruimte, zijn niet alle werken
die wij op de website aanbieden gelijktijdig in de galerie
aanwezig.
Belt u ons gerust
even voordat u onze galerie bezoekt, om te horen of de werken
waar uw belangstelling naar uitgaat in huis zijn, of op
afspraak in huis gehaald kunnen worden. J. Schipper,
tel.: 06-41277246
|
|
Marie Henri Mackenzie
|
Rotterdam 1878 - 1961 Hilversum |
|
Over de schilder M.H. Mackenzie is niet
veel bekend. Tijdens zijn leven exposeerde hij pas op latere
leeftijd en na zijn dood werd er slechts eenmaal een expositie
aan zijn werk gewijd. Dit is verwonderlijk omdat Mackenzie
een van de leerlingen van Breitner
was en in zijn werk sterk door zijn leermeester werd
beïnvloed. Zo groot zijn de overeenkomsten met het
werk van Breitner, dat in de loop der jaren vele "Mackenzies"
door vervalsers tot "Breitners" zijn getransformeerd.
Marie Henry Mackenzie werd op 3 augustus
1879 in Rotterdam geboren. Hij overleed in zijn toenmalige
woonplaats Hilversum op 30 december 1961.
Mackenzie woonde en werkte o.a. in Rotterdam, Londen, Bakoe
(aan de Kaspische zee) en terug in Holland verbleef hij
tot zijn overlijden in Hilversum.
Hij was leerling aan de Akademie van Beeldende Kunst te
Rotterdam en later in Amsterdam, kreeg hij les van Breitner.
Mackenzie was aanvankelijk in dienst bij een oliemaatschappij
en schilderde hij toendertijd slechts als liefhebberij.
In de crisisjaren (1931) kreeg hij zijn ontslag. Vanaf die
tijd legde hij zich volledig toe op de kunst.
M.H. Mackenzie schilderde en tekende landschappen, stads-
en havengezichten (meestal Amsterdam), figuren en portretten.
Hij was lid van St. Lucas te Amsterdam en tevens lid en
medeoprichter van de Hilversumse Vereniging van Beeldende
Kunstenaars.
Diverse musea bezitten werk van de hand van Mackenzie.
O.a. het Goois Museum in Hilversum.
info: Scheen, Benezit
Meer over Mackenzie:
Mackenzie's vader was handelaar in koffie en thee en ook
zijn zoon werd voorbereid op een carrière in de handel.
In Rotterdam bezocht hij de Handelsschool en werd vervolgens
op een kantoor geplaatst. Mackenzie bleek
zich echter meer voor tekenen en schilderen te interesseren
dan voor de handel. Zelf schreef hij hierover:" Zoodat
mijn vader uit hoofde van mijn lust altijd te willen teekenen,
mij naar de Rotterdamse Academie stuurde, waar ik onder
Schipperus
werkte". Om financiële redenen moest hij echter
de Academie echter na anderhalf jaar weer verlaten. Hij
keerde terug naar de handel in o.a. groente en fruit en
werkte daarna achtereenvolgens voor verschillende oliemaatschappijen.
Hierbij reisde hij veel door Rusland, Duitsland, Engeland
en Schotland. Hij woonde 5 jaar in Londen en trad tenslotte
in dienst van de Amerikaanse oliemaatschappij Standard Oil
Company. Voor zijn werk verhuisde hij in 1910 van Rotterdam
naar Amsterdam. Hier had hij veel vrije tijd en kon hij
vele uren aan het schilderen wijden. Overdag zwierf hij
door Amsterdam en maakte hij vele schetsen die hij later
in zijn atelier uitwerkte. In de avonduren aquarelleerde
hij. In Amsterdam woonde hij aanvankelijk aan de Amsteveenseweg,
later verhuisde hij naar de Admiraal de Ruyterweg. In dit
huis had hij een groot atelier op het noorden.
Behalve zijn eigen werk, hing hier ook werk van de Haagse
schilders. Mackenzie had in de loop der
jaren een grote collectie schilderijen van de Haagse School
schilders aangelegd. Veel werk kocht hij op kunstveilingen.
Zo had hij een collectie schilderijen van
Louis Apol, maar ook bezat hij ongeveer 20 schilderijen
en studies van Breitner.
In 1917 had Mackenzie kennis gemaakt met Breitner. Zelf
schreef hij aan H. van Calker over die
vriendschap, die hieruit voortkwam: Ik was bevriend met
Breitner. Wij kwamen vaak bij elkaar aan huis. Meermalen
kocht ik studies van hem.
Een verslaggever van de Gooise Courant schreef in 1956,
toen Mackenzie reeds geruime tijd in Hilversum
woonde, het volgende over de collectie van de schilder:
Wie voor de eerste maal te gast is van de kunstschilder
M.H. Mackenzie waant zich in een museum of een
kunsthandel. De gang en de huiskamers hangen vol schilderswerken,
pastels,tekeningen en etsen. Maar het merendeel, ongeveer
400 werkstukken, waarvan 60 van kunstbroeders van de heer
des huizen zijn op het zolder-atelier opgeborgen.
Pas in 1924, op 46 jarige leeftijd debuteerde Mackenzie
met zijn werk. In 1923 was hij zowel door de Amsterdamse
vereniging St. Lucas als door de vereniging 'De Onafhankelijken"
als lid geaccepteerd. Hij debuteerde op de wintertentoonstelling
van St. Lucas die in 1924 in het Stedelijk Museum in Amsterdam
werd gehouden met twee schilderijen. Zelf schreef hij hierover
aan H. van Calker: Tijdens mijn debuut met twee schilderijen
op de St. Lucas, complimenteerde Prof. Jurres mij met de
inzending van een vanuit mijn atelierraam te Amsterdam geschilderd
doek "heiwerk aan de slatuinen", terwijl wijlen
Prof. Krabbe naar mij toekwam en zei: "je hebt het
motief verslonden als een leeuw die een stuk vleesch verslindt".
Deze lovende woorden maakten diepe indruk op Mackenzie.
In Amsterdam woonde hij met zijn vrouw en twee kinderen
aan de Admiraal de Ruyterweg. Dit was een nieuwe buurt van
Amsterdam met dure huurhuizen. Toen Mackenzie in 1931 tengevolge
vande crisis door de Standart Oil Company werd ontslagen,
besloot hij naar Hilversum te verhuizen, waar de huren aanzienlijk
lager lagen. Tot zijn pensionering behield hij een uitkering
van de maatschappij. Desalniettemin werd hij voor zijn inkomen
meer afhankelijk van de verkoop van zijn schilderijen. Hij
verkocht zijn werk d.m.v. verkoopexposities, maar voornamelijk
door de verkoop direct aan verschillende kunsthandelaren.
Tijdens W.O. II ging hij er toe over zijn werk direct aan
particulieren te verkopen.
Vanaf 1932 exposeerde Mackenzie regelmatig met de vereniging
van Beeldende Kunstenaars in Hilversum, waarvan
hij een van de mede-oprichters was. Behalve in Nederland
nam Mackenzie ook deel aan tentoonstellingen in het buitenland.
In 1938 exposeerde hij in Antwerpen, in 1940 in Brussel
en in 1950 in Mexico.
Op 30 december 1961 overleed Mackenzie in Hilversum. Kort
voor zijn dood had zijn leerling Jan Korthals nog een portret
van hem geschilderd.
het contact met Breitner:
Mackenzie heeft altijd een grote bewondering gehad voor
de schilder Breitner. Nadat hij zich in 1910 in Amsterdam
had gevestigd en meer tijd had gekregen om te schilderen,
richtte hij in 1917 een verzoek tot Breitner om een aantal
lessen bij hem te mogen volgen. Het antwoord van Breitner
luidde; het is heel moeilijk u antwoord te geven op wat
u vraagt zonder iets van uw werk te hebben gezien. Ik wil
daarom wel eens bij U komen kijken. Schikt het u zondagochtend
tussen 11 en 12 uur?" . Dit leidde tot een vriendschap
die tot Breitners dood in 1923 zou blijven bestaan. Beide
schilders hebben nooit echt samengewerkt. Ze hebben nooit
een atelier gedeeld en zijn er nooit samen op uit getrokken
om te schilderen. Breitner gaf Mackenzie algemene
adviezen betreffende kleurgebruik en de te kiezen
onderwerpen. Doordat Mackenzie zo'n groot bewonderaar van
Breitner's werk was, liet hij zich sterk door hem beïnvloeden.
Mackenzie kocht vaak studies van Breitner om deze uit zijn
voortdurende financiële problemen te helpen. Ook leende
hij geld aan Breitner en hield dan werk in onderpand, zoals
blijkt uit een brief uit 1921 van Breitner aan Mackenzie:
U zoudt mij een groot genoegen doen als U mij 150 gulden
zou willen lenen voor de tijd van twee maanden. U kunt dan
de schets van paarden op de brug zoolang als onderpand aanhouden.
Bijna alle brieven die Breitner aan Mackenzie schrijft gaan
over geld. Geld dat Breitner van hem zou lenen of had geleend.
Breitner had grote financiële problemen in die tijd.
Hij was veel ziek en kon minder werken.
Breitners invloed op Mackenzie:
H. van Calker schreef over de invloed van Breitner op het
werk van Mackenzie het volgende: Deze grootmeester heeft
stellig het werk van Mackenzie beïnvloed, niet alleen
wat betreft de keuze van onderwerpen, maar ook ten aanzien
van de visie, welke hij op het stadsbeeld kreeg. Beide kunstenaars
schilderden Amsterdam: de grachten, de binnenstad, de afbraak
van het oude Amsterdam en de bouw van het nieuwe. Evenals
Breitner zocht mackenzie zijn motieven steeds vaker in de
binnenstad. In de schilderijen van Mackenzie spelen figuren
echter een ondergeschikte rol. Hij schilderde de stegen,
de grachten, waaronder het Kolkje en de boten in de grachten.
Ook die gedeelten van de stad waar werd gebouwd hadden zijn
belangstelling.
Info: Scheen / Benezit
|
|
|
Klik
hier voor: Expositie Museum Flehite Amersfoort
Marie Henri Mackenzie (1878-1961)
"Van grachtenpand tot muurhuis"
Werk van Mackenzie
is te zien op de
expositie "Door kleurrijk Stad en Land" in
Galerie Wijdemeren te 's-Graveland

M.H. Mackenzie, 1879 - 1961 Holland
"Straatje te Amsterdam", 23 x 30 cm, € 2.200,--
Werk van Mackenzie is
te zien op de
expositie "Wintertaferelen" in
Galerie Wijdemeren te 's-Graveland
M.H. MAckenzie, 1879 - 1961 Holland
"Gezicht op het kerkje van Amersfoort"
olie op Paneel, 58 x 44 cm, verkocht
----------------------------------------
PERSBERICHT
Marie Henri MacKenzie (1878-1961),
Breitners talentvolle leerling,
uitgelicht door Galerie Wijdemeren
Voorjaar 1937: De Hilversumse kunstschilder Marie Henri MacKenzie
liep door de Roelof Hartstraat in Amsterdam. In de vitrine van
kunsthandel Edel stond zijn schilderij "Paarden op de Lindengracht".
Toen hij de signatuur ontdekte, stapte hij verontwaardigd de zaak
binnen. "Dit is geen Breitner! Dit heb ik gemaakt!"
Het verhaal van een leerling die zich uit de schaduw van zijn
leermeester schilderde. Nadien dook er wel vaker een doek van
zijn hand op, met de signatuur van Breitner. Een kleine twintig
jaar na het voorval in de Roelof Hartstraat bijvoorbeeld stond
MacKenzie voor de tweede keer aan de basis van een ontmaskering.
Een Bussumse kunsthandelaar wilde bij een Amsterdamse collega
een schilderij van Breitner kopen, getiteld "Paard bij een
heistelling". De Bussummer stak eerst zijn licht op bij de
als Breitnerdeskundige bekend staande MacKenzie, die echter kon
meedelen dat het doek van hemzelf was.In de loop der jaren zijn
diverse Breitners opgedoken, die bij nader inzien van de hand
van zijn Hilversumse leerling waren. Ontdekkingen die volgens
kunstkenners een topje van de ijsberg vormen.
MacKenzie koos aanvankelijk dezelfde onderwerpen als zijn leermeester:
bouw en afbraak, gevels en daken, sleperspaarden, grachten. Zijn
kleurgebruik was ook vrij somber: bruinen en grijzen met kleine
accenten van rood, blauw of geel. Sommige critici noemden zijn
schilderijen donker en kleurloos. Het kiezen van een heldere dag
is aanbevolen , adviseerde een recensent. Later werd zijn werk
persoonlijker en zijn kleurengebruik lichter en vrolijker, de
tinten meer contrasterend.
Het was dus geen slaafs navolger, maar een goede leerling die
zijn eigen weg is gegaan. Een leerling, die desondanks lange tijd
in de schaduw van zijn meester heeft gestaan. Maar ook een láte
leerling: hij debuteerde pas op 45-jarige leeftijd als schilder.
De economische crisis in die jaren, zorgde ervoor dat MacKenzie
zeeën van tijd kreeg om te schilderen. Het gezin Mackenzie
vestigde zich in 1931 in het goedkope Hilversum, aan de Multatulilaan.
Het atelier beviel de schilder echter niet, zodat hij drie jaar
later naar een woning op de hoek van de Taludweg en de Potgieterlaan
verkaste. Samen met enkele collega's richtte hij de Vereeniging
van Beeldende Kunstenaars te Hilversum op. MacKenzie exposeerde
regelmatig met de andere leden van de vereniging. Ook nam hij
deel aan enkele exposities in het buitenland. In april 1938 verhuisde
het gezin naar de Gijsbrecht van Amstelstraat (no. 394). in de
oorlog ruilde hij zijn werk voor levensmiddelen: dat heeft het
gezin erdoor geholpen.
Mackenzie ging vaak naar Amsterdam om schetsen te maken, die
hij dan thuis uitwerkte. Stadsgezichten en havens vond hij het
mooist. Die liefde voor de stad had hij van Breitner. Hij schilderde
en tekende oude gevels, steegjes, boten, werkpaarden, bouwputten
en heistellingen. Verder hield hij veel van schepen en de hele
bedrijvigheid daaromheen. Zelf zeilde hij veel op de Loosdrechtse
Plassen. geholpen vertelt zoon William. MacKenzie deed in Amsterdam
inspiratie op, maar ook in plaatsen als Amersfoort, Volendam en
Spakenburg (die botters trokken hem erg aan). Verder werkte hij
in het buitenland (Parijs, Londen, Brussel en Brugge). Hoewel
Hilversum (en directe omgeving) hem als schilder minder aansprak,
vereeuwigde hij onder meer de Oude Haven, afbraakpandjes in de
Langestraat, het Spanderswoud, De Hoorneboeg en Groenekan. Een
geliefd onderwerp was verder het Hilversumse zigeunerkamp. Dat
lag aan de Vaart, iets voorbij Paviljoen Wildschut. Dat Kampje
vond 'ie nogal picturaal. Een kunstrecensent van Trouw schreef
in november 1947 dan ook: het meest zichzelf is MacKenzie bij
de kermiswagens, bij dit volkje gaat zijn hart open, wordt hij
romantisch en af en toe zelfs fel van kleur.
Schilderen en nog eens schilderen, dat was het enige wat hij
wilde. Hij verbleef veelal de hele dag in zijn atelier, of ging
met de fiets op pad. Hij was erg op zichzelf. Hij ging helemaal
op in zijn werk. Hij schilderde niet alleen, hij kocht, ruilde
en kreeg regelmatig werk van collega's. Zo leende Breitner, die
voortdurend in financiële nood verkeerde, nogal eens geld
bij MacKenzie en gaf hem dan werk in onderpand. Bijna alle brieven
die Breitner hem schreef gaan over geld. De Hilversummer kocht
ook werk van Haagse Scholers als Louis Apol, van Israëls,
van de Marissen. Na zijn dood ging zijn kunstcollectie voor een
appelen een ei van de hand. MacKenzie bezat onder meer zo'n twintig
schilderijen en studies van Breitner, stukken waarvoor tegenwoordig
duizelingwekkende bedragen worden neergeteld. Breitners zijn zeer
gezocht en torenhoog geprijsd. Ze worden steeds minder te koop
aangeboden, hebben hun plek in een collectie van een museum of
een gefortuneerde verzamelaar gevonden. Maar de meester heeft
zijn leerling in het kielzog meegesleurd. Omdat stijl en onderwerpkeuze
van beide schilders grote gelijkenis vertonen, is ook het werk
van MacKenzie populair (en prijziger) geworden.
Galerie Wijdemeren stelt in haar expositie "Wintertaferelen"
een bijzonder wintergezicht van Henri Mackenzie ten toon. Aanvankelijk
leek het een vrij somber en donker schilderij. Maar bij het schoonmaken
bleken er prachtige volle kleuren tevoorschijn te komen. Het schoonmaakproces
is nog in volle gang. Het doek is daarom in verschillende stadia
te bezichtigen tijdens deze expositie. Via het internet/email
kunt u op de hoogte gehouden worden van de staat/voortgang van
dit werk.
Galerie Wijdemeren is iedere zaterdag en zondag geopend,
tussen 13-17uur. Het werk van Mackenzie hangt tot medio februari
in de sfeervolle expositie "Wintertaferelen".
Voor meer informatie: jschipper@chello.nl
/ Tel.06-41277246 / www.galeriewijdemeren.nl
|
|