Geboren in 1902 te Den Helder.
Overleden in 1940 te Bennekom.
Dick Ket wordt geboren te Den Helder met een aangeboren
hartafwijking. In de jaren twintig woont hij in Hoorn, waar
zijn interesse voor de tekenkunst wordt gewekt. Vervolgens
verhuist de familie Ket naar Ede.
Van 1922 tot 1925 studeert Ket voor zijn tekenaktes aan
de middelbare school voor kunstnijverheid van het genootschap
Kunstoefening in Arnhem.
Hij bezoekt in 1929 te Amsterdam de tentoonstelling Neue
Sachlichkeit. Deze tentoonstelling maakt zo een grote indruk
op hem dat hij besluit om een zelfde soort realisme te gaan
schilderen. Het schilderij Stilleven met viool is het eerste
werk dat hij in deze stijl maakt. Hij wordt lid van Arti
et Amicitiae, waar hij kan exposeren.
Ket leidt een teruggetrokken bestaan bij zijn ouders in
Bennekom. Zijn ziekte en zijn toenemende straatvrees weerhouden
hem ervan het huis te verlaten. Het belangrijkste middel
om zijn isolement te ontvluchten is de correspondentie die
hij voert met onder andere Nel Schilt,
zijn vroegere studiegenote en tevens verloofde en Johan
Mekkink.
Na het experimenteren met het Expressionisme en andere moderne
stromingen ontwikkelt Ket een geheel eigen stijl: een nieuwe
vorm van realisme. Realistisch, omdat hij in de zichtbare
werkelijkheid de bevestiging van zijn eigen levensfilosofie
ziet. Nieuw, omdat kunst, zijns inziens, moet voldoen aan
zijn tijd en de op dat moment spelende problemen aan de
orde moet stellen.
1930-1940: Het nieuwe realisme van Dick Ket.
Door zijn verslechterde gezondheid brengt hij zijn
tijd voornamelijk in zijn atelier door. In de beslotenheid
van het atelier schildert hij voorwerpen van zijn eigen
'mikrokosmos': voor hem een afspiegeling van de buitenwereld.
Steeds terugkerende voorwerpen zijn: het stenen kommetje
('K Ben 'n Kom = Bennekom), de geëmailleerde waskom,
de geblokte handdoek, apothekersflesjes en de reclameplaten
van de Fransman Cassandre. Hij gebruikte deze affiches als
voorbeeld bij het bepalen van de compositie en als tegenwicht
van zijn realistische stijl. Met zijn precieze en perfectionistische
realisme schildert hij zijn besloten omgeving en zichzelf
op vele manieren. In totaal maakt hij een veertigtal zelfportretten.
Het gaat hem hierbij vooral om een objectieve weergave van
de werkelijkheid. Ket hield er een zeer persoonlijke levensopvatting
op na. Kort samengevat ging hij uit van twee tegengestelde
werelden: de wereld van het 'zijn' tegenover de wereld van
het 'niet-zijn', die samen de samenhang van het leven bepaalden.
Vanaf 1934 stelt hij steeds hogere eisen aan zijn techniek.
Door het veelvuldig gebruiken van lijnolie en het experimenteren
met nieuwe bindmiddelen is een aantal van zijn werken na
vijftig jaar nog altijd niet droog. In totaal heeft hij
honderdveertig schilderijen gemaakt.
De volgende musea/instellingen hebben werk in hun collectie:
Museum Belvédère, Heerenveen, Oranjewoud
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
Dordrechts Museum, Dordrecht
Frisia Museum, Spanbroek
Museum voor Moderne Kunst Arnhem (MMKA), Arnhem
Rijksmuseum, Amsterdam
Museum de Wieger, Deurne
|