Persbericht
Uitgelicht door Galerie Wijdemeren
te 's-Graveland.:
W.G.F. Jansen (Harlingen 1871-1949 Blaricum)
De succesvolle kunstschilder Willem George Frederik
Jansen vestigde zich in 1908 op aanraden van Willem
Knip in het Gooi, waar hij ging wonen en werken in de voormalige
Brouwerij van Blaricum. WGF Jansen liet zich hier bekoren
door het Gooise landschap, wat vaak terug te zien is in
zijn werk, dat getypeerd kan worden als typische nabloei
van de Haagse School. Van WGF Jansen is
bekend dat hij een groot bewonderaar was van Haagse Scholers
als Jacob Maris en Anton
Mauve.
WGF Jansen ontwikkelde gaandeweg een eigen impressionistische
stijl. Hij stond bekend als een uiterst bekwaam kunstschilder
met een krachtig en evenwichtig temperament, die zich door
niets of niemand liet beïnvloeden in zijn visie. Ondanks
zijn vriendschap met vele Larense kunstenaars, ontwikkelde
hij toch daardoor een heel eigen onafhankelijke stijl van
werken. Hij werd alom geprezen om zijn sterk ontwikkeld
gevoel voor kleurnuances en zijn vlotte penseelvoering.
Over succes had hij niet te klagen. Hij verkocht goed,
tot ver buiten de landsgrenzen. Jansen was een landschapschilder
in de ruimste zin van het woord. Enkele uitzonderingen daargelaten
omvat zijn oeuvre voornamelijk riviergezichten, boslandschappen,
strandgezichten en stadsgezichten.
Werk van WGF Jansen is o.a. opgenomen in de collectie van
het Singermuseum van Laren. En is tevens te zien in Galerie
Wijdemeren, naast werk van andere bekende Larense schilders.
-------------------------------
W.G.F. Jansen schilderde o.a. veel (heide)landschappen,
havens en bosgezichten.
Werk van zijn hand vindt u o.a. in het Singer Museum te
Laren, het gemeentemuseum te Harlingen en het Zuiderzeemuseum
Enkhuizen.
W.G.F. Jansen woonde en werkte in Haarlem,
Amsterdam en Blaricum. Hij werkte ook veel in het veld in
Brabant en Drente. Verder was hij een leerling van de kunstnijverheidsschool
in Haarlem. Begon als plateelschilder en schilderde later
veel landschapen met koeien en paarden, stadsgezichten en
strandgezichten met schelpenvissers, alles in de trant van
de Haagse School.
Willem George Frederik Jansen werd op 25
december 1871 in Harlingen geboren en begon zijn kunstenaarsloopbaan
op 20 jarige leeftijd. Daarvoor volgde hij een opleiding
als smidsmachinist en werkte hij bij de Staatsspoorwegen
in Tilburg, bij Figee in Haarlem en op de werf Conrad in
Haarlem. Zijn vriendschap daar met een decoratieschilder
betekende een keerpunt in zijn leven en hij besloot aan
de kunstnijverheidsschool in Haarlem decoratieve kunst te
studeren. Na zijn opleiding werkte hij als decoratieschilder
in Amsterdam en schilderde voornamelijk plafond's in Den
Bosch, Leeuwarden en Maastricht. Hij kreeg vervolgens een
betrekking aangeboden in de aardewerkfabriek Rozenburg waar
hij langere tijd aan eigen ontwerpen kon werken tot dat
hem een positie werd aangeboden in de aardewerkfabriek Gouda
en weer later in de aardewerkfabriek "De Distel"in
Amsterdam. Dat Jansen het in de pottebakkerij goed heeft
gedaan bewijzen de vele onderscheidingen die hij daarvoor
kreeg. Zo behaalde hij in Sint Louis de zilveren medaille
en in Den Haag de gouden medaille van'"Arti
et Industriae"voor ontwerpen in aardewerk.
In 1898 huwde hij Hillegonda Zijlstra en
tussen 1903 en 1908 woonde hij in Den Haag en Amsterdam.
Er staat geschreven dat hij zich na een bezoek aan Willen
Knip in Laren door deze liet overhalen naar het Gooi
te komen waar hij zich kort daarna op 19 juni 1908 vestigde
in de voormalige "Brouwerij"in Blaricum, waar
voor hem al verscheidene schilders hadden gewoond en gewerkt.
Tijdens zijn verblijf in Den Haag en Loosduinen was Jansen
in staat geweest dicht in de buurt van zijn grote voorbeelden
te vertoeven. De schilders van de Haagse School, van wie
de reputatie tegen 1900 op het hoogtepunt was. Het werk
van Josef Israels, Anton
Mauve en Jacob Maris had zijn
speciale belangstelling.Hij werd lid van de Haagse Kunstkring
en raakte bevriend met de oprichter Theophile de
Bock. Daar moet hij al vroeg kennis hebben gemaakt
met het werk van Jan Toorop, Thorn
Prikker, Van Gogh en de nieuwe
stromingen uit Belgie en Frankrijk. Ondanks dit alles bleef
hij zijn eigen stijl trouw.
Via een kort verblijf in Haarlem verhuisde Jansen in 1906
naar Amsterdam. Jansen was een vriendelijk en rustig levend
man die erg behulpzaam was. In de moeilijke oorlogsjaren
heeft hij zich ingezet voor onderduikers. Hij was een goed
schilder en een bewonderaar van de Haagse School en de gebroeders
Maris. Hij ontwikkelde een eigen impressionistische
stijl. Hoewel hij het landschap in het Gooi bekoorlijk vond
en dus ook wel schilderde, werkte hij eveneens in Brabant,
Drente en in kustplaatsen zoals Egmond.
W.G.F. Jansen was een uiterst bekwaam
kunstenaar met een evenwichtig temperament. Hij liet zich
door niemand beïnvloeden in zijn visie en al had hij
veel vrienden onder de Larense kunstenaars, zijn kunst bleef
onafhankelijk, rustig, sympathiek, warm en was als een spiegel
van zijn krachtige persoonlijkheid.
Over succes had hij niet te klagen. Hij verkocht goed, tot
ver buiten de landsgrenzen. In Artis werkte hij 2 jaar aan
het Diorama van Texel, een kapitaal doek van 28 meter lang
en 9 meter hoog, dat in 1925 werd voltooid.
Jansen was een landschapschilder in de ruimste zin van het
woord. Enkele uitzonderingen daargelaten omvat zijn oeuvre
voornamelijk riviergezichten, boslandschappen, strandgezichten
en stadsgezichten. Welk onderwerp hij ook koos, de natuur
was altijd zijn uitgangspunt en mensen, dieren, schepen
en gebouwen, vormden altijd een harmonieus geheel met het
landschap. Zelfs zijn stadsgezichten ademen een landelijke
rust en laten de mooiste kanten van een stad zien. Op vallend
is dat in de meeste van zijn stads- en dorpsgezichten het
water een rol speelt. Havens, vaarten, grachten en rivieren
waren hierbij vaak het uitgangspunt. Water, maar ook lucht
is in het werk van Jansen sfeerbepalend. Dikwijls beslaat
de lucht meer dan de helft van zijn composities en verschaft
het de voorstelling van een enorme ruimtelijkheid. Trefzeker
opgezet en gevoelig van kleur bepaalt de luchtpartij in
menig schilderij de typische Hollandse atmosfeer.
In koloriet was Jansen zeker een meester en alleen al voor
zijn wolkenluchten kende zijn pallet een groot scala van
grijzen en witten. Maar ook in boerentaferelen met ploegende
paarden of ossen, is fijngevoeligheid van kleur zijn handelsmerk.
Bomen, weiden, de geploegde akkers zijn herkenbaar aan een
brede schakering van groenen en okers opgezet, met een luchtige
wollige toets.
Jansen bewaarde in zijn atelier honderden studies, die hij
door het hele land verzamelde, veel krabbeltjes ter grootte
van een handpalm, waarin al een compleet schilderij zichtbaar
was, volmaakt van licht, schaduw en compositie. Bij het
schilderen werkte hij zonder onderschildering, direct in
de volle toon. Deze zogenaamde nat-in-nat techniek vereist
een enorm vakmanschap. Wat deze techniek betreft valt er
in de loop der jaren een ontwikkeling te bespeuren. Zo werkte
hij in zijn Loosduinse periode zijn onderwerpen veel gedetailleerder
uit; later zou zijn penseestreek krachtiger en raker worden.
Kwalitatieve verfijning bleef hij echter hoog in het vaandel
houden De finishing touch was hem heilig.
Ongetwijfeld behoorde hij tot de zeer bekwame kunstenaars
in het Gooi. Door zijn rustig en evenwichtig levenspatroon
viel hij niet erg op. Hij bleef in Blaricum wonen tot hij
op 21 juni 1949 op 77 jarige leeftijd overleed.
Info: Scheen, Benezit
|