|
De Hollandse kunstschilder G.H. Breitner
werd op 12 september 1857 geboren in Rotterdam en overleed
op 5 juni 1923 te Amsterdam.
Breitner was een van de grote kunstschilders uit
de tijd van de Haagse School.
Hij werd gezien als dé schilder van het 'Amsterdamse
leven op straat'.
De jonge Breitner studeerde te Rotterdam o.l.v. D. Neurdenburg
(tekenen) en later Ch. Rochussen
(1875). Verder was hij leerling aan de Haagse Tekenakademie
o.l.v. J. Ph. Koekman en kreeg hij gedurende zijn beginjaren
raadgevingen van Willem Maris. In
Parijs (1884) kreeg hij les van F. Cormon. Op de Rijksakademie
van Amsterdam studeerde hij o.l.v. A. Allebé.
G.H. Breitner maakte gedurende zijn leven vele ''naakten''
en hij stond bekend als een vriend van de huzaren, vanwege
zijn cavalerie- en artillerievoorstellingen. Hij heeft wel
veel geëtst, maar werd vooral bekend als een groot
impressionistisch aquarellist.
Breitner verkreeg vele prijzen en onderscheidingen. Hij
behaalde o.a. in 1894 een prijs uit het Willink van Collenfonds.
Zijn werk maakte deel uit van vele exposities in zowel binnen-
als buitenland.
Breitner gaf gedurende zijn leven les aan T. Bakker, P.
ten Cate, M.Ch.L. Fritzlin, R. Hanf, C.G. 't Hooft, G.D.
Labots, M.H. Mackenzie, C.J.
Maks, F.H. Verster van Wulverhorst en hij gaf raadgevingen
aan A.M. de Kruijff, J.J. Ritsema en P.Th.
van Wijngaerdt.
Breitner was lid van Arti et Amicitiae te Amsterdam.
Werk van deze kunstschilder is in bezit van diverse belangrijke
musea van Nederland.
Info: Scheen, Benezit
|