| De kunstschilder Ben Viegers woonde en
werkte in Den Haag tot 1938, Nunspeet 1938–1940, Bakkum
tot 1942, Hilversum tot 1943 en daarna in Nunspeet. Vormde
zichzelf. Schilderde lanschappen, stadsgezichten, zee–
en havengezichten, stillevens en bloemen, markten, strand,
zee en duinen, (bloem)bollen– en korenvelden.
Ben Viegers werd in 1886 in Den Haag geboren. Als belangrijke
stimulator van de jonge Ben Viegers om het kunstenaarsschap
te beoefenen, fungeerde zijn grootvader van moederskant,
grootvader Hulzing. Deze Haagse koetsenbouwer legde de grondslag
voor een kunstopvatting, die niet losgezien kan worden van
een solide ambachtelijke basis. Hier leerde hij niet alleen
de waardering voor het handwerk, maar hier leerde hij ook
daadwerkelijk tekenen, verf mengen, decoreren en andere
vaardigheden, die later goed van pas bleken te komen. Schilderde
in een impressionistische stijl, landschappen, stadsgezichten,
zee- en havengezichten, zeegezichten en duinlandschappen,
stillevens en bloemen.
Ben Viegers was waarschijnlijk verder een autodidact. Nergens
zijn concrete gegevens te vinden, die op een academische
scholing wijzen. Uit zijn vroege werk spreken de wil en
de vastberadenheid om de kneepjes van het veeleisende metier
onder de knie te krijgen. Dat hem dat uiteindelijk ook lukte
is op te maken uit het feit dat hij als volwaardig lid van
de Haagse Kunstkring werd toegelaten. Hier onderhield hij
contacten met later zeer bekend geworden kunstnaars, zoals;
Jan Toorop, Aris Knikker en Jan Knikker. Het meest hecht
was zijn relatie echter met Charles Dankmeijer (1861-1923).
Na de eerste Haagse jaren en vele omzwervingen, vestigde
Ben Viegers zich in Nunspeet. Daar betrok hij een verwaarloosd
pand aan de Brinkersweg, dat hij eigenhandig opknapte. Zijn
vader verhuisde mee naar de Veluwe en bleef tot zijn dood
bij zijn zoon wonen. Ondanks de crisis en de oorlog was
dit voor Viegers de periode waarin hij vrij kon experimenteren.
In Nuspeet maakte Viegers veel vrienden. Zijn joviale aard
viel vooral goed bij collega jaap Hiddink. De band met Jos
Lussenburg was minder sterk, omdat Ben Viegers deze nestor
van de Nunspeetse schilders enigszins zelfingenomen vond.
Veel meer nog dan in zijn Haagse jaren, manifesteerde Viegers
zich in zijn Veluwse periode als een rasechte pleinairist
en een oprechte levensgenieter. Hij schilderde het liefst
in de buitenlucht. Van ’s morgens vroeg tot ’s
avonds laat trok hij er op uit. Hij hield van gezelschap
en had een gezonde aversie tegen artistieke poeha.
Een van zijn schaarse buitenlandse reizen maakte Viegers
met Jaap Hiddink en Henk van Leeuwen naar Normandie en Bretagne,
waar hij een vleugje van het zuidelijke temperament en de
on-Nederlandse lichtval kon ervaren.
In de oorlog bleef hij onverdroten schilderen. Soms ruilde
hij een schilderij voor voedsel, vaak werkte hij in opdracht.
In 1940 vertrok hij naar Castricum omdat hij meende achter
de Hollandse waterlinie veiliger te zijn. Hij schilderde
er de duinen en de zee, maar toen de eerset bom in zijn
achtertuin viel verhuisde hij in paniek naar Hilversum,
waar hij tot mei 1943 bleef wonen. Daarna keerde hij terug
naar Nunspeet.
Ben Viegers werk werd in zijn tijd als toegankelijk en
gangbaar beschouwd, al riep zijn temperamentvolle pallet
soms tegenstrijdige maar nooit heftige reacties op. Dat
is op zijn minst opmerkelijk, want ondanks de vastberadenheid
waarmee hij vasthield aan ambachtelijke vaardigheden, in
zijn gewaagde kleurgebruik en mediterrane toets onderscheidde
hij zich zeker van de middelmaat. Het oordeel van critici
over zijn werk was wisselend, maar bijna altijd mild en
opbouwend. Grensverleggend was het niet. Toch hield hij
zich goed staande tussen een leger van hemelbestormers.
Tijdens het interbellum raasden er zware stormen door de
kunstwereld die het voorheen zo degelijke stelsel van normen
en waarden flink aan het wankelen hadden gebracht. Viegers
werd er niet of nauwelijks door uit zijn evenwicht gebracht.
Zowel in zijn Haagse periode als later in Nunspeet onderhield
hij contacten met collega’s die er andere ideeën
op na hielden. Op de een of andere manier werd het heilige
vuur dat in hem brandde eer niet door beïnvloed. Viegers
ging zijn eigen gang en behield een rotsvast geloof in eigen
kunnen, zonder zich voor te laten staan op zijn kwaliteiten
en zonder zijn gelijk ten opzichte van anderen te willen
bewijzen.
Het lot dat de meeste schilders treft, is ook Viegers ten
deel gevallen. Na zijn overlijden ontstond er een langdurige
windstilte. Mede dankzij de inspanningen in de vorm van
tentoonstellingen en publicaties kwam de herwaardering voor
het werk van Viegers in de jaren negentig op gang. De noodzakelijke
distantie, die plaatsing in kunsthistorisch perspectief
mogelijk maakt, was toen een hard gegeven en stond niets
de revival meer in de weg. Saillant detail is dat enkelen
van Viegers’ tijdgenoten, zoals Henk van Leeuwen,
Jos Lusenburg en Jan van Vuuren, die hem tijdens zijn leven
nog leken te domineren en de verhoudingen bepaalden, nu
minder kleurrijk en minder prominent op de kunsthistorische
staalkaart staan vermeld. De tijd heelt niet alleen alle
wonden, maar geeft meestal ook het gelijk aan degenen die
dat uiteindelijk het meest blijken te verdienen.
De betekenis van Viegers schilderkunst wordt inmiddels
in brede kring erkent. De kunstenaar vertaalde het enthousiasme
over zijn waarnemingen in kleurrijke impressies. Hij volgde
zijn persoonlijke landschapsbeleving en afhankelijk van
stemmingen en indrukken intensifieerde hij de werkelijkheid.
Als zijn gevoel om vlammend rood, fel oranje of helde geel
vroeg,, dan gaf hij daar in volle overtuiging aan toe. Die
eigenschappen zijn des te opmerkelijker omdat de kunstenaar
de mediterrane sfeer die hij intuïtief aanvoelde, nooit
persoonlijk onderging. Hij schilderde graag en veel in de
buitenlucht, onderging de landschappen en stadsgezichten
aan den lijve en liet zijn stemming oprecht meespreken in
de artistieke verwerking van de opgedane indrukken. Waar
dat mogelijk was, legde hij vaak voorzichtig expressionistische
accenten Waarnemingen en gewaarwordingen kregen zodoende
een gloedvolle uitstraling. De ervaringen met licht en kleur
waren voor Viegers minstens even belangrijk als de ambachtelijke
aspecten van het kunstenaarsschap, zoals vlotte penseelvoering
en trefzekere schilderstrant.
Info: Scheen, Benezit
|